GAT Beroepscode

CAT-therapeuten werken volgens de GAT-beroepscode. De beroepscode is gebonden aan het GAT-tuchtrecht.
De GAT (Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten) is een rijks erkende Wkkgz geschilleninstantie en een tuchtcollege voor de alternatieve zorg.
In deze beroepscode wordt omschreven hoe een professioneel en redelijk handelend alternatieve of complementaire
therapeut zich dient te gedragen terwijl deze in functie is. De GAT-beroepscode is geen verzameling van ‘strenge’
voorschriften maar bestaat uit handige tips en richtlijnen voor professionele praktijkvoering.
De eisen zoals ze gesteld worden in deze beroepscode zijn haalbaar voor elke professionele complementaire therapeut
in Nederland, ongeacht discipline of opleidingsniveau. Het gaat er niet om dat een therapeut perfect is, het gaat er om
dat deze zich in de praktijk gedraagt zoals dit van een redelijk handelend en professioneel therapeut verwacht mag
worden. Hetzelfde geldt voor de opleidingsinstituten en docenten; geen perfectie maar redelijkheid. Regels instellen ‘om
regels in te stellen’ is niet interessant, als er wel regels komen dan moeten deze ook haalbaar en zinvol zijn. En dat is het
doel van de GAT-beroepscode: het verbeteren van de beroepsgroep in het algemeen belang.
29 april 2019 – Jethro van der Wilk – GAT-bestuursvoorzitter

1. Begrippen
a. GAT:
b. Therapeut: de behandelaar die is aangesloten bij een door GAT erkende beroepsorganisatie
c. Cliënt: degene die wordt behandeld, begeleid of geadviseerd door de therapeut
d. Opleidingsinstituut: een bij de KVK als zodanig ingeschreven organisatie die als dienst opleidingen, cursussen of
workshops organiseert die doceren in alternatieve of complementaire zorg
e. Student: afnemer van de in artikel 1d geleverde diensten
f. Docent: lesgevende werkzaam voor in artikel 1 d genoemde partij

2. Toepassing
Deze beroepscode is van toepassing op alle therapeuten, die zijn aangesloten bij door GAT erkende
beroepsorganisaties.
Gedeeltes er van zijn van toepassing op opleidingsinstituten en docenten die zijn aangesloten bij een door GAT erkende
beroepsorganisatie. Indien een docent of (vertegenwoordiger van) een opleidingsinstituut handelingen uitvoert die vallen onder
de noemer alternatieve zorg wordt verwacht dat deze zich opstelt als ware deze een therapeut en dus ook de
verantwoordelijkheid draagt van een therapeut; in deze gevallen geldt voor een docent of opleidingsinstituut ook de
gehele beroepscode in plaats van slechts gedeeltes daarvan.

3. Goed gedrag aanbieder en goed gedrag afnemer
a. De therapeut dient bij al zijn/haar handelen en nalaten de zorg van een goed therapeut in acht te nemen. Zij
zullen handelen zoals van een goed therapeut mag worden verwacht en met inachtneming van de inhoud en van de geest
van deze beroepscode.
b. Cliënten en studenten dienen zich volgens de algemeen geldende (fatsoens-)normen en waarden te gedragen.
c. De cliënt/therapeutrelatie is een professionele relatie, waarin het welzijn van de cliënt en respect voor de cliënt
de eerste zorg van de therapeut zal zijn, hetzelfde geldt voor de relatie tussen de student/opleidingsinstituut en
student/docent.
d. De therapeut heeft de leiding, maar mag geen handelingen verrichten tegen de kennelijke wil van de cliënt. In
de therapie zal hij/zij de vereiste zorgvuldigheid betrachten in het belang van en met respect voor zijn/haar cliënt.
e. De therapeut moet zich bewust zijn van zijn/haar positie ten opzichte van zijn/haar cliënt en geen financieel,
seksueel of emotioneel ge-/misbruik maken van de cliënt voor eigen persoonlijk voordeel of behoeften, hetzelfde geldt
voor de positie van het opleidingsinstituut en/of de docent ten opzichte van de student.
f. De therapeut dient zich van andere relaties of interne/externe verplichtingen bewust te zijn wanneer deze strijdig
zijn of zouden kunnen zijn met het belang van de cliënt. Indien zo’n belangenconflict bestaat, is het de
verantwoordelijkheid van de therapeut om hier op de juiste wijze mee om te gaan.
g. De therapeut dient te erkennen dat de meervoudige relatie met de cliënt (welke bijvoorbeeld tevens werknemer,
vriend, familielid of partner is) een nadelige invloed zal hebben op zijn/haar professionele beoordelingsvermogen en
dient uitdrukkelijk te overwegen of in een dergelijke situatie de werkzaamheden wel moeten worden aangegaan c.q. wel
moeten worden doorgezet.
h. De therapeut, docent of het opleidingsinstituut onthoudt zich van gedragingen of uitlatingen waarvan hij/zij weet
of redelijkerwijs kan of kon worden voorzien dat deze de eer en de goede naam van een collega-therapeut, docent of
opleidingsinstituut schaden. Dit geldt ook voor reclame-uitingen, waarbij de therapeut, docent en/of het
opleidingsinstituut steeds oog heeft voor het belang van de beroepsgroep.

4. Praktijkvoering
a. De aard, de duur van de therapie, het doorverwijzen van de cliënt en de beëindiging van de
therapie worden met de cliënt overlegd, waarbij naar wederzijdse overeenstemming wordt gestreefd.
b. De therapeut behoort de cliënt op begrijpelijke wijze te informeren over de aard, inhoud en bijzonderheden van
de therapie.
c. Behandelingen geschieden zoveel als mogelijk in een afgescheiden behandelruimte die voldoet aan de hygiëne
eisen.
d. De therapeut dient een toereikende beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering gesloten te hebben met
volledige Wkkgz dekking.
e. Een therapeut die door de rechter is veroordeeld voor een misdrijf of in een door een cliënt tegen de therapeut
aangespannen civiele of tuchtrechtelijke procedure veroordeeld is, dient het bestuur van de erkende beroepsorganisatie
hierover te informeren
f. De therapeut heeft geheimhoudingsplicht van alles wat hem/haar uit hoofde van zijn/haar functie bekend wordt.
Deze geheimhoudingsplicht duurt ook voort na beëindiging van de therapie
g. Informatie over de cliënt mag alleen in publicaties, lezingen, onderwijs e.d. verwerkt worden als deze
redelijkerwijs onherkenbaar en onherleidbaar is gemaakt.
h. De therapeut dient de grenzen van zijn/haar deskundigheid steeds in acht nemen.
i. De therapeut zal zijn kennis/kunde zoveel als mogelijk op pijl houden, waarbij het met enige regelmaat volgen
van cursussen en supervisie de uitdrukkelijke voorkeur heeft.
j. Als de therapeut tot de conclusie komt dat een andere behandelwijze gewenst is zal deze altijd doorverwijzen
naar een andere erkende therapeut die deze behandelmethode beheerst.
k. Een therapeut zal nooit diagnoses stellen en zal dit altijd overlaten aan een arts.
l. Bij ernstige psychiatrische stoornissen of lichamelijke ziekten (of aanwijzingen hiervoor) zal de therapeut de
cliënt altijd doorverwijzen naar de behandelend huisarts.
m. De therapeut draagt er zorg voor dat de Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten laagdrempelig bereikbaar
is door het GAT schild op de website te plaatsen en door te linken naar de website https://gatgeschillen.nl/ Daarnaast
wordt het GAT-bewijs van inschrijving op een duidelijk zichtbare plek in de praktijkruimte van de therapeut geplaatst.

5. Schriftelijke vastlegging
a. Er dient een schriftelijke behandelovereenkomst te worden opgesteld en ondertekend met de cliënt, waarin
duidelijk wordt vermeld wie de partijen zijn, welke behandeling zij overeenkomen, wat de kosten en betaaltermijnen zijn
en welke afspraken er worden gemaakt over afzegging van afspraken door cliënt of therapeut.
b. De therapeut houdt zodanig aantekeningen van de voortgang / ontwikkelingen van de therapie, de cliënt en alle
bijzonderheden bij, zodat het mogelijk is zo nodig duidelijkheid te kunnen geven en zo nodig rekenschap af te kunnen
leggen van zijn/haar beroepsmatig handelen.
c. De therapeut dient het dossier van de cliënt tenminste tot 15 jaar na beëindiging van de therapie te bewaren.
d. De cliënt heeft recht op inzage in de gegevens betreffende de cliënt waarover de therapeut beschikt. Indien de
cliënt ook verzoekt om een afschrift van de stukken, dan zal de therapeut deze ter beschikking stellen tenzij deze van
mening is dat een zwaarwegend belang zich daartegen verzet. De cliënt heeft tevens het recht de therapeut te vragen de
gegevens te verwijderen.
e. De privacywetgeving zal in acht worden genomen als het gaat om de gegevens die betrekking hebben op de
cliënt. Deze gegevens mogen alleen aan derden bekend worden gemaakt na uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming
van de cliënt.
f. Als de cliënt minderjarig is dan heeft de therapeut voor behandeling altijd toestemming nodig van (beide)
ouders/verzorgers d.m.v. een minderjarigen toestemmingsformulier.
g. Geheel volgens Europese privacywetgeving (AVG) zal de therapeut altijd een cliëntendossier
bijhouden en deze bij voorkeur op een versleutelde usb stick of harde schijf bewaren in een
brandveilige kluis.
h. Als de therapeut e-health toepast over e-mail dan zullen de gegevens die uitgewisseld worden met de cliënt in
met wachtwoord versleutelde documenten worden gedeeld.

6. Personeel/vervanging/overdracht
a. De therapeut, docent of het opleidingsinstituut is persoonlijk verantwoordelijk voor de uitoefening van zijn/haar
beroep.
b. De door therapeut, docent of het opleidingsinstituut aangestelde medewerkers vallen onder de
verantwoordelijkheid van de therapeut, docent of het opleidingsinstituut zulks naast en onverminderd de eigen
verantwoordelijkheid van betrokkenen en cliënten of studenten.
c. Als er derden (bijv. een stagiaire) bij de behandeling aanwezig zal zijn, zal vooraf toestemming worden gevraagd
aan de cliënt en zal die toestemming ook schriftelijk vastgelegd worden.
d. De therapeut heeft contact met minimaal één collega die in geval van ziekte, vakantie enz. en communiceert dit
duidelijk met zijn cliënten.
e. De therapeut legt zijn/haar medewerkers een geheimhoudingsplicht op.
f. Indien de cliënt verzoekt om overdracht dan zal de therapeut hieraan zijn/haar medewerking verlenen.

7. Tot slot
a. Deze beroep- en gedragscode is laatstelijk vastgesteld op de bestuursvergadering van GAT op 29 april 2019.
b. Deze beroep- en gedragscode treedt in werking op 29 april 2019.
c. Deze beroep- en gedragscode is laatstelijk gewijzigd op 02 december 2021.
d. Deze beroep- en gedragscode is inhoudelijk ongewijzigd voor therapeuten en blijft ongewijzigd in werking
getreden op 29 april 2019.
e. Deze beroep- en gedragscode treedt voor opleidinstituten en docenten in werking op 21 mei
2021 (tenzij zij handelen als therapeut dan blijft de datum 29 april 2019).

Opgesteld in het 2e kwartaal van 2019 door Mr. Suzanne van Dijsseldonk – GAT commissielid, Jethro van der Wilk –
GAT bestuursvoorzitter, Ervee van der Wilk – GAT algemeen bestuurslid en Marianne van der Wilk – GAT algemeen
bestuurslid.

Scroll naar boven